Toerrit BOK’ers 8 september

VERSLAG: Marc Mercier

8 september 2020. Na het einde van de nieuwe corona pauze in augustus verzamelden zich 72 rijders op de snelwegparking in Tessenderlo, het tweede hoogste aantal sinds het ontstaan van de BOK’ers. Een duidelijker signaal, dat velen regelmatig behoefte hebben aan een leuke rit met maten en motoren, bestaat er volgens mij niet. Gelukkig waren er dit keer voldoende ervaren voorrijders om die 8 (!) groepen (1 x M, 2 x A, 3 x B en 2 x C) te begeleiden.

Voor de start konden ook de spiksplinternieuwe BOK’er petjes worden afgehaald. Iedereen die er eentje besteld had, zette het ding dan ook direct op. Hierdoor werden grijze haren en kale knikkers verborgen, wat de groep opeens een veel jongere en coole look gaf. Een nuttige stijltip heren! De Moltimers konden natuurlijk niet achterblijven, zij droegen hun nieuwe hesjes met het logo van hun hoofdsponsor.

Na dit kort modieus moment moest er toch nog gereden worden en om vertrok 9 uur de eerste groep richting Dinant. Het parcours voor de dag bestond uit één grote lus van 265 Km (voor de A en M rijders), een kleine bijkomende lus van 15 Km voor een deel van de B rijders en een grotere tweede lus van 42 Km voor de overige B rijders en de C groep natuurlijk.

Van bij de start beloofde het een prachtige dag te worden, droog, een beetje bewolkt maar met aangename temperaturen. Ideaal weer voor een ontspanning motorrit dus.

De eerste kilometers liepen over de snelweg, maar na de afrit kwamen we in de fruitstreek rond Sint Truiden terecht, met haar mooie baantjes tussen de fruitbomen. Voor wie van hieruit naar het Zuiden wil rijden, is het logisch dat je via de Luikersteenweg gaat, in de volksman beter gekend als de “Chaussée d’Amour”. En toch beweerden kwade tongen onder de groepsleden dat alle voorrijders hier met opzet verkeerd gereden zouden zijn om één en ander te bekijken! Larie en apekool natuurlijk want ten eerste, een voorrijder rijdt nooit verkeerd (hij past gewoon zijn route aan) en ten tweede, een voorrijder moet zich steeds concentreren op de weg voor hem, zodat de andere leden van de groep wel rustig kunnen rondkijken!

Eénmaal de taalgrens over was het tijd om een eerste koffiepauze in te lassen. Hoewel er onderling niks was afgesproken, hadden vele groepen toch het centrum van Hannuit uitgekozen om eventjes af te stappen. Het marktplein stond dus op een bepaald moment goed vol met motoren, maar gelukkig waren er genoeg terrassen om corona-safe een koffietjes te kunnen drinken.

Vanaf hier verliep de tocht door weidse velden, af en toe onderbroken door enkele slapende Waalse dorpjes met versterkte herenboerderijen of statige kastelen. Dit leverde een pak mooie uitzichten op waar onze fotografen natuurlijk gretig gebruikt van gemaakt hebben.

Alleen jammer dat op vele wegen de kwaliteit van het wegdek erbarmelijk was. Soms had ik het gevoel meer op een galopperend paard te zitten dan op een motor. Een extra sensatie voor hetzelfde geld? Het ironische aan die slechte wegen is dat er bij de meeste wel een bord “route dégradée” staat, maar het Waalse Gewest zou heel veel geld kunnen besparen door deze signalering weg te laten en enkel bij de goede wegen “route en bon état” te plaatsen.

Ter hoogte van de Maas aangekomen, veranderde de omgeving nog maar eens. De hoogteverschillen werden groter, wat lekker bergaf en bergop rijden betekende. Voor mij persoonlijk bestaat er geen mooier geluid dan dat van een grommende motor die extra toeren moet maken, terwijl je met de zwaartekracht worstelt om een heuvel op te rijden. Hemels.

Rond het middaguur had onze groep, de Alfa Mannekes, een stop ingelast op een pleintje in het centrum van Yvoir. Gelukkig was het toeristisch seizoen al wat voorbij en was het er zeer rustig. De lokale cafébaas had de helft van dat pleintje ingenomen met een aantal extra tafeltjes, wat ons zeer goed uitkwam. Terwijl we de bokes bovenhaalden, ontdekten we het bestaan van bruine Leffe alcoholvrij! Waardoor opnieuw bevestigd werd dat je bij OKRA altijd kunt bijleren.

De C en B rijders die de bijkomende lus naar de Abdij van Maredsous reden, kregen nog een extra portie bochtige wegjes waar, om het met de woorden van Jaak te zeggen “een mens al eens zijn motor kan platleggen”.

Bij de terugrit naar Tessenderlo moesten de groepen een paar keren van de geplande track afwijken omdat er, een week na de routeverkenning, opeens her en der wegenwerken waren opgedoken. Is dit puur toeval of wachten sommige gemeentes tot onze verkenners gepasseerd zijn om dan de straten open te breken?

Ondanks de paar kleine ongemakjes waren vele rijders het er over eens, deze route behoort tot de Top Vijf van de omlopen die de BOK’ers al hebben aangeboden. Om het met de woorden van de Jul te zeggen “Kweet ni wie da den toer gemokt he, mor twas nen hiele schoewne”.



Alle foto’s van deze toerrit zijn te bekijken en te downloaden via onderstaande link.

Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te blijven gebruiken, accepteert u het gebruik van deze cookies.  Meer info

X