Toerrit BOK’ers 13 oktober:Rondje Leuven

 

13 oktober ’s morgens vroeg. Beeld je in dat je in een helikopter boven het winkelcentrum in Olen hangt. Onder je ligt een grote parking (capaciteit 500 auto’s) en je ziet hier en daar een motard traag zoekend, meerdere rondjes rijden langs de verschillende compartimenten van deze parking, nu eens hier stoppende om een vraag aan een voetganger te stellen, dan met een zucht opnieuw te vertrekken om aan de overzijde van het plein misschien te vinden wat hij zoekt.

Zo moet voor een buitenstaander het samenkomen van de BOK'ers voor de start van hun maandelijkse rit eruit hebben gezien. Wat was er gebeurd? Gezien de verscherpte corona maatregelen had het bestuur een plannetje voorzien om de verschillende groepen van de BOK'ers over vier verzamelzones te verspreiden op deze parking. Echter, waar ze niet op gerekend hadden is dat er door dit winkelcomplex één centrale weg loopt, maar dat je slechts op een viertal (slecht aangeduide) plaatsen vanop deze weg naar de aangrenzende parkeerzones kunt rijden. Dus, als je een “afslag” mist, moet je weer volledig omrijden om een tweede poging te krijgen. Sommigen leden hebben dan ook meerdere rondjes moeten rijden, alvorens zij bij hun juiste groep aangekomen waren. Geheel in de stijl van de BOK'ers werd dit allemaal met de nodige humor verwerkt, waardoor de sfeer voor de rest van de dag direct goed zat.

Gelukkig hadden tegen 9u30 alle 44 motards hun eigen groep gevonden en kon de rit van start gaan. De slechte weersvoorspellingen voor 13 oktober, in combinatie met de verhoogde coronacijfers, hadden tamelijk veel BOK'ers doen afhaken (waarvoor alle begrip), maar de Die Hards die toch afgekomen zijn, hebben het zich zeker niet beklaagd. ’s Morgens was het zonnig met een koud windje, in de namiddag zijn weliswaar donkere wolken overgetrokken, maar we zijn telkens droog gebleven. Soms moet je durven springen om te winnen.

Bij de A groep (of de Alfa Mannekes zoals ze zichzelf graag noemen) nam er een nieuw lid deel met een niet alledaags voertuig een Can-Am Spyder. In de taal van de gewone motard, een grote motor met twee imponerende voorwielen. Vermits die Spyder hierdoor heel wat breder uitvalt, moesten de voorrijders onderweg hiermee rekening houden, wanneer ze weer eens snel hun groep door een kleine doorgang in het verkeer willen laten glippen.

Het parcours bestond uit een grote lus van 212 Km rond Leuven voor A en M, B en C hadden een bijkomende lus om in totaal 249 Km te rijden. Door de corona beperkingen in het buitenland zijn onze mogelijkheden om andere streken te verkennen al een tijdje ernstig beperkt en dus zaten we opnieuw in dezelfde buurt als de vorige rit. Geen ramp, er zijn hier genoeg leuke wegen om maanden terug te keren zonder dat het vervelend wordt en anderzijds, een fijn zigzagwegje voor de tweede keer rijden heeft ook zijn charmes.

Door het systeem met de bijkomende lus was het wel niet te vermijden dat een snellere groep op een bepaald moment een tragere groep moet voorbijsteken. Om geen chaotische en gevaarlijke toestanden te creëren, wordt hiervoor een simpele techniek gebuikt. Alleen de voorrijder van de snelle groep haalt de tragere groep in en waarschuwt hierdoor de voorrijder van de tragere groep dat ze voorbij willen. Zodra er een veilige plaats is, zet de “tragere” voorrijder zijn groep aan de kant, waardoor de rest van de snellere jongens nu in één keer kunnen inhalen en vlot kunnen doorrijden. Het heeft enige tijd geduurd om dit manoeuvre ingeoefend te krijgen, maar als je het dan meerdere malen per dag met succes ziet toegepast worden, geeft dit toch een goed gevoel en besef je hoe efficiënt de BOK'ers geworden zijn, niet in het minst door de ervaren voor- en achterrijders.

Wie met een motor rijdt en dus in open lucht zit, is het gewoon om de geuren van de omgeving op te merken. Je moet maar eens met grote honger voorbij een frituur rijden en erger, achter een mestkar hangen waar je niet voorbij kan. Niets abnormaals om af en toe iets te ruiken dus. Dus, wanneer ik tijdens de rit opeens een geur van verbrand metaal waarneem, gaat er niet direct een alarm af. Pas wanneer die geur niet weggaat en precies “met mij meerijdt”, begin ik achterdochtig te worden. Gespannen begin ik een mentale veiligheidscheck. Gaan er alarmlichtjes op mijn dashboard branden? Begint mijn motor geen rare geluiden te maken? Nee, alles normaal. Nog eens met de neus wat lager hangen. Geur nog steeds daar! Gespannen rij ik verder, wachtend op een negatief signaal dat mijn beestje in de problemen raakt. Uiteindelijk, na een paar kilometer gaat die geur toch weg en wordt alles terug normaal. Bij de eerste koffiestop vertel ik mijn verhaal en wat blijkt, meerdere rijders hadden het geroken en vooraan in de groep was de geur het sterkste. Bleek dat de auto net voor de groep die schuldige was!

De route in zijn geheel was weer een pareltje. Minstens 80% van de tijd reden we op verkeersluwe wegen in de mooie natuur, soms eens over kasseien, dan eens weer door holle wegen in een bos of door mooie schilderachtige dorpjes. We vergeten dikwijls dat er ook in België nog leuke plekjes te ontdekken zijn. De laatste 30 Km was één lange aaneenschakeling van kronkelende baantjes, opperste concentratie en dan maar puur genieten van het betere bochtenwerk.

De eindhalte die origineel voorzien was, bleek ondertussen in groot verlof. Maar zoals de BOK'ers zijn vinden die uiteindelijk altijd een leuke plek om bij de laatste koffie nog een na te praten. Om dan nadien huiswaarts te rijden en te moeten afkicken op de saaie grote hoofdwegen.

Fotoreportage rit 13 oktober

Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te blijven gebruiken, accepteert u het gebruik van deze cookies.  Meer info

X