Toerrit BOK’ers: Rond de Hoge Venen

10 Augustus BOK’ers rit naar en rond de Hoge Venen.

 

 

De Hoge Venen (Duits: Hohes Venn; Frans: Hautes-Fagnes) zijn een onderdeel van het natuurpark Hoge Venen Eifel en liggen op een hoogvlakte, grotendeels in de Ardennen en voor een kleiner deel in de Eifel. Het ligt in Wallonië in oostelijk België, in de provincie Luik en voor een stukje in het aangrenzende Duitsland. Het geheel beslaat ongeveer 4500ha.

Zoals de naam al zegt, bestaat een groot deel van de regio uit afzettingen van hoogveen. Een deel hiervan is nog actief wat wil zeggen dat er nog steeds veenvorming optreedt De Hoge Venen zijn sinds 1966 voorzien van het Europees diploma voor natuurbeheer en zijn Europees beschermd als Natura 2000-gebied “Plateau des Hautes-Fagnes”.

 

We zitten nog steeds in een crisis met veel besmettingen. Dit laat ook de BOK'ers niet onberoerd, mensen zijn voorzichtiger, reizen minder en besteden minder geld aan hun reis en/of motor hobby.

Toch is het niet allemaal negatief… Wat een opkomst voor deze rit! De samenkomst was voorzien op de parking aan het Total tankstadion aan de afrit 25a te Tessenderlo. In totaal pusminus 80 deelnemers hadden zich gemeld bij de voorinschrijvingen.

 

Ondanks dat het ‘s morgen toch een miezerig weertje was, zijn er toch nog 72 rijders komen opdagen, was al een tijdje geleden dat er nog zoveel belangstelling was voor een rit. Allemaal stralende gezichten, leek deugd te doen om mekaar nog eens te zien. Verdeling en afstanden voor de verschillende groepen: 267 km voor A (26 rijders in drie groepen) en 12 Moltimers; 329 km voor B (23 rijders in 3 groepjes) en C (11 rijders). Deze verdeling werd zoals altijd in goede banen geleid door de voorzitter en de voorrijders.

 

Weer één van de gespreksonderwerpen van de dag: regenkledij of niet? Het levert altijd een mooi schouwspel op, jasje uit jasje aan, om als eindresultaat een mooi kleurenpalet van motorrijders te bewonderen.
Toch hebben we speciale mannen bij de BOK'ers: zo stond er een rijder van de A groep rustig een koffie te drinken aan zijn motor. Ja een hele pot koffie had hij bij, maar helaas maar één beker. (Was voor mij een tegenvaller). Ook Andre, man met altijd een goed humeur, droeg wel een speciaal hoedje: “Zo blijven mijn haren droog” was zijn antwoord. (zeker de foto’s bekijken ). Ook liep er ergens een motorrijder met een paraplu rond.

Naar gewoonte stipt 9.00 uur gingen we van start. Ik blijf het herhalen: het is indrukwekkend deze bende te zien vertrekken. Onze rit verliep eerst over de autobaan tot afslag Bilzen – Hoeselt, verder richting Riemst, Eben-Emael, Moelingen. En ja rond Moelingen toch al wat bochtjes en de weergoden waren ons goed gezind, want het zonnetje kwam er al eens door.
De route werd alleen maar mooier en was de motorrijders op het lijf geschreven: haarspeldbochten plus mooie natuur. Vanaf Membach konden we nog meer genieten van de bosrijke omgeving. Na Sourbrodt werden we getrakteerd op nog meer (zoals wij noemen) kleine mooie haarspeldwegen. In en rond het meer van Butgenbach werden de groepen gesplitst: A en Moltimers bogen af richting Waimes, wij (de B en C groepen) trokken nog wat dieper richting Schonberg en Sankt Vith.

 

Bij de doortocht van Butgenbach stond een A groep stil: de voorband van Koen zijn motor verloor druk. Met vereende krachten werd er door de volledige groep gewerkt om het probleem op te lossen. Een eerste rijder vond het probleem (gaatje door steentje in een groef), een ander had een herstelspuitbus mee (die het probleem jammer genoeg niet kon oplossen), vervolgens haalde nog een andere rijder zijn pluggenkit tevoorschijn en een vierde rijder had een pomp om de band terug op druk te zetten.

 

Zoveel solidariteit en teamspirit, fantastisch toch! Jammer genoeg zijn ze er niet in geslaagd om de band volledig te herstellen, maar Koen is op eigen kracht toch veilig thuis geraakt.

 

Intussen reed onze B groep verder over de dam van het stuwmeer in Robertville. Door het hartje van de Oostkantons, voorbij de watervallen van Burcht Ravenstein (een prachtige burcht zeker het bezoeken waard) voorbij de skipiste van Ovifat richting Burnenville. Van de ene haarspeldbocht naar de andere: wat een amusement op dit stukje weg.

 

Doordat er, wegens corona, geen vaste stops waren aangeduid, kon de groepsverantwoordelijke zelf kiezen om ergens halt te houden en te picknicken. Regelmatig kregen we dan ook passerende motorrijders te zien en werd er haasje over gespeeld. Eenmaal konden we verbroederen met de C rijders, deze hadden de parking van een heilige kerk van een beroemde Duitse architect uitgekozen. Karl Friedrich Schinkel (Voor de historici onder ons, maar eens opzoeken).
Ook ging de conversatie in deze groep over de BMW van Michel die met pech aan de kant moest. De andere motorrijders in de groep hadden het opgemerkt en waren een eindje verder gestopt. Gelukkig hadden Ron en Michel de panne snel opgelost en vertrokken ze dus in volle achtervolging om de rest in te halen. Echter, ze hadden de groep aan de kant niet zien staan en reden er voorbij! Zo ontstond een achtervolging van de eerste rijders op een achtervolging van de achtergebleven rijders! Kun je nog volgen? Maar alles kwam weer goed.

 

Na onze lunch ging de tocht verder via Holzheim naar Waimes en het zonnetje was weer komen opdagen. Bij dit weer gaat het tempo dan altijd iets naar boven; ik heb in de bochten het kantje van mijn motorbanden geraakt. De echte motorrijder weet wat ik bedoeld; voor de andere dit wil zeggen: alle rubber gebruiken wat op de zijkant van de band zit.  
Vervolgens ging de tocht verder richting arrondissement Verviers, ontstaan in 1815. Is echter niet meer de stad van 1815, is gewoon een drukke en ja mooie stad geworden. Heel de provincie Luik lijkt weer mee te zijn met de toekomst plus mooie wegen en bosgebieden.

We reden een klein stukje over de snelweg met de gekende afdaling van Verviers naar Dison. Er is hier zelfs voor de vrachtwagens een uitwijkmogelijkheid gebouwd om te kunnen stoppen bij remproblemen (niet dat we daar met onze motors gebruik van hebben gemaakt). Afrit Dison, door het centrum en in Andrimont nog even een korte stop. Daarna was het vanaf Thimister genieten en sturen tot na de beroemde bochten van Hermalle-sous-Argenteau. Via Haccourt -Bassenge naar ons einddoel Tongeren Brasserie “De Pauze”

Hier konden we nog even verbroederen en een koffie nuttigen met alle groepen. Iedereen was vol lof, wat een prachtige route die we weeral mochten rijden. Voor mij is het toch een beetje spijtig: het romantische oude Ardennen is rond de Hoge Venen en het Duitstalig gebied toch gedeeltelijk zijn charme van vroeger aan het verliezen.

Chris, een C rijder, heeft voor de tweede keer de rit vroegtijdig moeten afbreken wegens motorproblemen. Nadien heeft hij thuis eindelijk de boosdoener gevonden, een steentje in de beschermdoos van een stekker. Bij droog weer gaf dit geen kortsluiting, bij regen echter wel. ’t Zit soms in een klein hoekje. 

Een laatste anekdote nog, deze wil ik echt niet vergeten. Na de koffie was het ondertussen echt wel tijd om huiswaarts te keren. Iedereen was in koor het eens (we zaten in Tongeren wel in het zonnetje op terras): nu gaan de regenpakken uit want de laatste 80 km zal het wel niet meer regenen! Niet waar dus, rond Hasselt kregen we een echte zondvloed over ons heen. Ja iedereen een gratis douche.

Na een dag van 430 km konden we weer vaststellen, wat een dag, wat een rit!. Wat een familie zijn deze BOK’ers.

Bedankt route bouwers goede organisatie en weer super gedaan.

Op naar de volgende. De afwezigen hadden weer ongelijk.

Enkele groepsfoto's

Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te blijven gebruiken, accepteert u het gebruik van deze cookies.  Meer info

X