Rondje Kempen:BOK’ers 14 december

Het nog half ingeslapen Shoppingcentrum te Olen werd in alle vroegte opgeschrikt door talrijke motorrijders; in totaal 77 leden (waaronder weer drie nieuwe) verzamelden zich in en rond dit winkelcentrum. Iedere groep heeft hier zijn eigen afgescheiden vak, iets dat uit noodzaak voor de corona maatregelen was ontstaan. De oude rotten kennen dit systeem al heel lang, maar toch: Ron K; een behoorlijk ervaren C rijder was precies zijn oriëntatie kwijt, want hij sloot zich aan bij de A rijders.
Voor de A/M groepen was een omloop van 160 km voorzien, de B en C groepen kregen een extra bijkomende lus voor, in totaal, een rit van 197 km. Dit alles door de Kempen. Vermits de meeste rijders, aangesloten bij de BOK’ers, van de Kempen zijn, was dit een thuismatch (weliswaar zonder de supporters). De sfeer was opperbest, overal werd er gelachen. Jaak had voor de gelegenheid zelf een paars-witte kerstmuts aangetrokken.


De Kempen, dat is het platteland. Landbouwers ontgonnen de eens zo ruwe dorre zandheide tot het bruisende gebied dat het vandaag is. De Kempen is eigenlijk ook een grote aaneenschakeling van verschillende natuurgebieden met vele pittoreske dorpen en stadjes.  



Stipt negen uur dertig. Gentlemen, Start Your Engines! (Ladies waren er vandaag niet bij)
Hola de C rijders waren al weg, gaf natuurlijk een kettingreactie bij de andere groepen, aansluitend ook deze groepen snel weg voor hun rit. Via Olen Noorderwijk langs de molen en het kasteel van Bouwel.
Ondanks de toch zwaar bewolkte ochtend viel het rijden echt wel mee: een mooie tien graden en neen, het was niet koud en er viel ook geen druppel regen. Al waren de meeste rijders natuurlijk voorzien op deze weersvoorspellingen. BOK’ers rijden altijd, ongeacht de weersomstandigheden. Het blijft mij verwonderen dat men er nog in slaagt om 77 man aan de start te krijgen in de maand december, een periode waar vele motards traditiegetrouw hun beestje een paar maanden op stal zetten.

Aangekomen aan de het restaurant de Slappe Uier in Nijlen even de bizons bewonderen. Bizons? Ja in de Kempen hebben ze bizons! Niet dat ik reclame ga maken voor de Slappe Uier maar ge kunt er goed eten. (vooral bizonvlees natuurlijk). Verder via Kessel -Berlare -Itegem-Wiekevorst.



Doordat deze route bestond uit niet al te veel kilometers, maar toch weer met verrassende mooie baantjes in een weer verrassende mooie omgeving (en dichtbij huis!) hielden we een vlot tempo aan, om na ongeveer 52 km onze eerste koffie pauze te nemen. Altijd gezellig weer andere groepen te ontmoeten, op de rustplaatsen worden altijd vele grappen en onwaarheden verteld. De gezelligheid was weer troef bij Café/Disco Berkemus in Noorderwijk. De waardin, een vriendelijke dame van een zekere leeftijd, kwam ons bedienen in een outfit die in het TV programma “Hotter than my Daughter” niet zou misstaan.



Met de aankomst van de A groep (de rustige rijders) maakten wij, beleefd als wij zijn, plaats voor hen en vervolgden de rit richting Oosterwijk Tongerlo Oosterlo Stelen Geel. Dit weer over toch wel verrassende baantjes, ondanks dat het voor ons toch een vertrouwde omgeving is. Weer veel onbekende paadjes gereden, we zijn altijd toch verbaasd over de creativiteit van de route-bouwers. Door de aanhoudende regen van de laatste weken, waren sommige wegen wat modderig, maar gelukkig was er bijna altijd een droog spoor waar je veilig kon rijden.

Aan de Vispluk, na 75 km in Vorselaar bij Taverne De Roskam, was onze tweede stop. De C groep verliet net de parking en bij het parkeren van onze motoren arriveerde ook al de tweede B groep. Deze jongens onderhielden precies een snel tempo! Hun geheim: ze hadden een wegkapitein verstopt in hun midden! Deze zette mooi de kruispunten af zodat de motoren niet moesten stoppen aan een oversteek, dit ging zeer vlot. De extra lus voor de B/C rijders bracht ons rond Bobbejaanland, wel leuk gedaan, we reden gewoon in onze tuin.




Zo ook langs Corsendonck. De geschiedenis van de priorij van Corsendonck begint in 1395 toen Maria van Brabant 600ha grond schonk aan de kanunniken van Sint-Augustinus. In 1968 werd de priorij voor de laatste keer verkocht en gerestaureerd, waarna het in 1975 in gebruik genomen als congrescentrum en hotel.



De beide A groepen hadden hun middagstop voorzien bij de Pelleman in Kasterlee. Ze hadden deze zaak en de grote parking volledig voor zich alleen, een ongekende luxe. Hier was het een blij weerzien met Jos C, die wegens medische redenen niet altijd kan meerijden, maar vandaag toch heeft kunnen genieten van de namiddagrit. Hij had er duidelijk deugd van om tussen zijn maten te zijn.

De laatste 72 km (dit met een vlot tempo), even de voorliggende B groep ingehaald. We moeten eerlijk toegeven; zij zijn lange tijd achter een paardentransport blijven hangen; dus mooi twee groepen achter elkaar (wij konden ook een beetje profiteren van hun wegkapitein, was weer mooi meegenomen). Op het industrie terrein in Turnhout kregen we zicht op de A groep van onze voorzitter. Was wel even schrikken voor deze A rijders: twee B groepen die hun even passeerden. Gelukkig was de weg hier goed breed en kon iedereen veilig voorbijsteken.
Wat ons verwonderde: de derde B groep zagen we uit een andere richting komen! Tot zelfs tweemaal toe zelf! Hadden deze een andere route op de GPS? Ook onze huisfotograaf was een beetje het noorden kwijt, hij kwam eveneens van een andere richting. De oorzaak hiervoor ligt waarschijnlijk in het verschil Garmin/TomTom, want ook de voorrijder van de A groep van de voorzitter reed hier met zijn TomTom een ander stuk dan dit aangegeven op de Garmin van Marc. Maakt het leven alleen maar spannender, nietwaar.



Verder door naar Beerse voor onze eindstop. Doordat er vier groepen nu heel kort bijeen zaten, kwamen er een vijftigtal motoren bijna geluktijdig toe op het dorpsplein en namen als een zwerm grommende mieren de volledige parking in. Zoiets valt natuurlijk wel op.
Toen de meeste motoren hun plaats gevonden hadden, zag de voorzitter opeens twee politieagentes die de auto’s, geparkeerd op het dorpsplein, aan het bekeuren waren! In het verkeersreglement staat dat “motoren op het voetpad mogen geparkeerd worden, zolang ze de doorgang niet hinderen”. Dit was hier duidelijk het geval, maar onze voorzitter heeft voor de zekerheid aan die dames toch even gevraagd als er voor onze machines geen probleem was. Deze zagen er inderdaad geen graten in dat wij daar stonden, maar we mochten de fout geparkeerde auto’s niet blokkeren. Een perfecte interpretatie van het verkeersreglement dus!
Nu konden we gerustgesteld de drie cafés inpalmen om onze laatste koffies te nuttigen.
De mensen van de A groep hadden iets laten weten aan Paul DP, de onfortuinlijke rijder die vorige rit het slachtoffer was van een verkeersongeval. Hij wachtte hen hier op, duidelijk reeds goed hersteld van de schouderoperatie om bij een koffie samen wat te kletsen.

Deze Kempenrit gaan we niet vergeten. Door de soms modderige wegen was het wel attent rijden maar wat een super mooie rit. Ook de rustplaatsen gezellig en voldoende plaats. Ook het vermelden waard: bij zowel de C als de A groepen kregen de minder ervaren voorrijders de kans om kop te trekken, ideaal om wat meer vertrouwen te krijgen. Dit moeten we bij toekomstige ritten zeker meer doen!

Jammer genoeg is de dag niet volledig probleemloos verlopen, tweemaal is er een motor gevallen, gelukkig zonder zware schade. Beide rijders hebben bovendien de rit kunnen uitgereden.

Voor 2021 was dit de laatste rit, op naar 2022 en hopelijk en meer van dit toch prachtige motorjaar ondanks corona.

We zijn gezegend met een prachtig organiserend team dat toch maar telkens zorgt voor een mooie rit. Weer goed gedaan mannen.

En de afwezigen hadden weer ongelijk.

En om met de woorden van Jos af te sluiten Houd Jullie Gezond, het borrelt al voor een nieuwe rit in 2022.


Enkele sfeerfoto’s



Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te blijven gebruiken, accepteert u het gebruik van deze cookies.  Meer info